20-11-05

Life isn't fair

Doelstelling van deze week: 4u werken per dag.  Gelukt op: maandag, woensdag en donderdag.  Maar: gewerkt aan proefles, niet voor thesis.  En dat allemaal voor niets. 
De proefles was desastreus slecht.  Ok, misschien een beetje overdreven.  De proefles was heel slecht.  Ik moet positief denken, dus dit waren de goede punten: mijn werkvormen waren origineel en goed gevonden (allez, twee toch).  Da's alles. 
Ik voel mij verschrikkelijk slecht.  Ik schaam mij dood.  Ik kap ermee.  Ik wil geen les meer geven.  Toch niet dit jaar. 
Ik ga dus mijn stage niet doen dit jaar.  Ik ga wel al mijn theoretische vakken doen, zodat ik (als ik mijn zin in lesgeven terugkrijg) in september of daarna gewoon mijn stage nog moet doen en niets anders meer.  Ik wil niet dat mijn thesis in het gedrang komt, en als ik mijn stage zou doen vanaf januari, zal dat zeker gebeuren. 
Wat is er nu gebeurd tijdens die proefles? 
Wel, mijn dictie-ervaring heeft mij geholpen.  Op de manier waarop ik hoopte dat ze mij zou helpen.  Alleen was dat het slechtste dat kon gebeuren. 
Elke keer als ik heel zenuwachtig was (wanneer ik een toneelstuk moest opvoeren, wanneer ik examen dictie had, wanneer ik examen fluit of piano had (maar enkel bij de belangrijke), wanneer ik een examen aflegde), kwam ik in een soort vacuüm terecht (ik kan het niet anders omschrijven).  Ik voelde niets meer, enkel ik en hetgene ik moest doen was er nog.  Prachtig voor dictie en examen fluit of piano, minder goed voor examens en desastreus voor lesgeven. 
Dat vacuümgedoe is een soort van paniekaanval.  Wanneer ik daarin zit, kan ik niet meer helder denken.  Ik flap er vanalles uit wanneer ik niet goed weet wat ik moet zeggen.  Ik doe domme dingen.  Ik zeg domme dingen.  Bij de dictie was dat nooit een probleem, ik vond het juist goed, want daardoor voelde ik mij niet meer misselijk en trilden mijn benen niet meer.  Ik was de rol die ik moest spelen.  Maar bij de dictie wist ik precies wat ik moest zeggen.  Bij het lesgeven wist ik dat niet. 
Ik had mijn les niet tot in de details uitgeschreven, ik wist waarover ik het ging hebben, ik kende de volgorde, ik kende de inhoud, ...  Maar ik had niet alles tot in de details uitgewerkt, ik dacht dat dat niet goed zou zijn omdat je dan niet spontaan meer bent.  Ik had het beter wel gedaan. 
Wat bleek?  Ik had tijd te veel.  Ik had een kwartier over, dus begon ik aan mijn plan B.  Maar dat duurde ook niet zolang als ik had gedacht, dus zat ik daar nog met 10 minuten les zonder ook maar enig idee te hebben van wat ik zou kunnen doen.  Dus ben ik de leerlingen vragen beginnen te stellen, elke vraag die in mijn gedachten opkwam heb ik eruit gegooid zonder na te denken.  Ik heb dingen verteld die in mijn hoofd opkwamen (de helft weet ik al niet meer), ik heb waardeoordelen geveld, kortom: ik heb alles verpest. 
Voor dat laatste kwartier had ik al fouten gemaakt (blijkbaar had ik lacherig gedaan over de islam, wat totaal mijn bedoeling niet was), maar die waren niet zo erg.  Die waardeoordelen echter waren verschrikkelijk.  Ik weet zeker dat wanneer ik mijzelf bezig gezien zou hebben, ik zelf gesteigerd zou hebben.  Wanneer ze dus vertellen dat ik denigrerend heb gedaan over de islam: dat kan kloppen, maar dat was zeker mijn bedoeling niet.  Integendeel.  Alles is verkeerd overgekomen.  En het zit er niet onbewust in, zoals de begeleiders zeiden.  Je mag denken wat je wil, maar ik ben geen racist en ik vind de islam geen minderwaardige godsdienst! 
Met andere woorden: zoals het nu zit, ben ik niet geschikt om les te geven.  En niet alleen door die domme, domme dingen die ik eruitflap, maar ook omdat ik niets voelde terwijl ik les aan het geven was.  Ik voelde niets, ik was een leeg vat, dus ik kan niet eens zeggen of ik het leuk vond of niet!  Na de les voelde ik mij vooral slecht omdat ik wist dat het een slechte les was. 
Ik heb dan ook serieus onder mijn voeten gekregen van de begeleiders, zeer terecht, maar de manier waarop is niet terecht.  Opbouwende kritiek, daar kan je iets mee doen, maar met afbreken niet.  Dus wat ze zeiden was terecht, hoe ze het zeiden niet. 
Vrijdagnamiddag en -avond was ik dus compleet overstuur.  En dan vond mijn vader het nog eens nodig om mij daarom uit te lachen.  Echt uitlachen, he.  "En, hoe was uw les?  Slecht, heb ik gehoord?" Grijns, grijns, grinnik, grinnik.  Ik heb gewoon verdergegeten en hem genegeerd.  Een half uur later (ongeveer) stond ik met gekruiste armen in de keuken naar tv te kijken en hij kwam weer binnen en zei: "Wat een strenge juffrouw."  Ik heb hem een stamp tegen zijn schouder gegeven en ben huilend naar mijn kamer gerend.  En hij maar lachen. 
Mijn zus heeft hem dan onder zijn voeten gegeven, zijn antwoord was: "Da kan nie [da haar les slecht was], da's gewoon een kieken da nie tegen commentaar kan.  Da's ne loser, loser, loser!"  Dan heeft mama geroepen da hij zijn mond moest houden.  Leuk, he? 
Mijn moeder begrijpt het, dat ik geen les meer wil geven.  Mijn zussen ook.  Mijn lerares fluit ook. 
Wie weet komt mijn zin terug, maar ik wil geen les geven voor ik van dat vacuümgedoe afgeraak, want anders ga ik nooit een band kunnen opbouwen met mijn leerlingen.  En zo'n leerkracht wil ik niet zijn, niet voor mijzelf en niet voor die kinderen. 
Het sprookje is uit, de prinses heeft gefaald. 

19:40 Gepost door Lena | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Commentaren

allee allee Kop op, Lena, ik ben zelf ook een loserke, daar valt wel mee te leven. Zodra je dat beseft, is het probleem opgelost en heb je vrede met jezelf.
Je verschuift het euvel gewoon naar het hoofd van de anderen en zelf hou je het koppie vrij. Kunst is de redding, dus blijven blogschrijven en tekstjes aanvijlen. Volhouwen hé!

Gepost door: marlon vanco | 20-11-05

De commentaren zijn gesloten.